Barcelona versus Madrid: 7 verschillen



Redacteur Carlijn woonde een paar maanden in Madrid en maakte daar geen vrienden als ze zei dat ze Barcelona eigenlijk leuker vond. De Barcelonezen zijn arrogant, ongastvrij en hebben bovendien geen verstand van lekker eten, zo menen veel Madrilenen.

De politieke rivaliteit buiten beschouwing gelaten, wordt de strijd vooral voelbaar tijdens een clásico, een wedstrijd tussen de populaire Spaanse voetbalclubs FC Barcelona en Real Madrid. In de aanloop naar de ontknoping van dit voetbalseizoen zetten we zeven verschillen tussen beide clubs op een rij.

Leefritme

Barcelona gaat in vergelijking met Madrid redelijk mee met het Noord-Europese dagritme. De wat kleinere winkels sluiten hun deuren nog tussen twee en vijf uur ’s middags, maar de meeste mensen slaan de traditionele siësta over en gaan na een uurtje lunchpauze gewoon weer aan het werk. Hierdoor kunnen ze ook eerder naar huis, staat het avondeten eerder op tafel en gaan ze wat vroeger naar bed dan bijvoorbeeld de Madrilenen. In Madrid kun je ’s avonds om elf uur nog prima een restaurant binnenlopen voor het avondeten, terwijl veel keukens in de Barcelona hun deuren dan al sluiten. De siësta is in de Spaanse hoofdstad vaak nog heilig, en veel inwoners toen tussen de middag dan ook een tukkie – zeker in de hete zomer!

Toerisme

Als je Barcelona bent gewend, valt het in Madrid meteen op dat er een stuk minder toeristen zijn. Rondom het centrale Plaza Mayor en de beroemde musea tref je groepen aan met gids en selfiestick, maar in de meeste wijken is het rustig en heb je vooral locals om je heen. Hoe anders is dat in Barcelona, waar wijken als Barceloneta, el Gótico en El Born soms worden overspoeld met niet-Spanjaarden.

Het klimaat

Door de ligging aan de Middellandse Zee heeft Barcelona een mediterraan klimaat. Dat betekent dat het in de warmste maanden (juli en augustus) een graad of 30 wordt en je ’s winters met een beetje geluk nog prima op het terras kunt zitten, maar ’s avonds wel een dikke jas kunt gebruiken. De Madrileense zomers zijn vaak bloedheet – die siësta’s zijn dus geen overbodige luxe – en de winters soms kouder dan in Nederland. Het voor- en najaar is trouwens vaak weer heerlijk zonnig.

De taal

Hoewel de Barcelonezen prima Spaans spreken, is ook het Catalaans een officiële taal van de regio. De overeenkomsten zijn te vergelijken met het Nederlands en Fries, dus als je Spaans spreekt, zegt dat nog niet zo veel over je Catalaans. Veel Catalanen geven de voorkeur aan hun ‘eigen’ taal en op straat, in winkels en restaurants is de voertaal dan ook vaak het Catalaans. Madrid heeft maar één officiële taal: het Spaans, ook wel castellano genoemd. Ga er trouwens niet automatisch vanuit dat iedereen in Barcelona en Madrid Engels spreekt, want voor beide steden geldt dat dat zeker niet altijd het geval is! Spreek je geen Spaans of Catalaans, maar wil je wel goed uit de hoek komen tijdens de bezoek aan een van de steden, bereid je dan voor met deze 10 handige zinnetjes.

Eten

Over het algemeen zijn de Spanjaarden allemaal gek op eten, maar verschillen tussen Madrilenen en Barcelonezen zijn er ook wat dit betreft wel degelijk. In de hoofdstad wordt meer tijd uitgetrokken voor de lunch, de belangrijkste maaltijd van de dag. Werkende mensen gaan vaak buiten de deur lunchen met collega’s – en daar hoort meestal een wijntje of biertje bij. Dat gebeurt in Barcelona ook, maar minder dan in Madrid. Hier kiezen steeds meer mensen ervoor om even snel een broodje te halen en op te eten op kantoor. Hoewel Barcelona fantastische restaurants heeft, lijkt de eetcultuur in Madrid net wat belangrijker. Geen wonder dat de Spaanse hoofdstad de meeste bars per inwoner heeft van Europa!

Architectuur

Zeg je Barcelona, dan zeg je Gaudí. De in 1926 overleden architect zette het Catalaans modernisme op de kaart. Deze stroming is voor veel mensen inmiddels dé reden voor een bezoek aan Barcelona. Je kunt met gemak drie dagen vullen met het werk van Gaudí en zijn mede-modernisten als Lluís Domènech i Montaner (Hospital de Sant Pau en Palau de la Música) en Josep Puig i Cadafalch (Casa Amatller, naast Gaudí’s Casa Batlló). In hoofdstad Madrid tref je uiteraard geen werk van Catalaanse modernisten, maar hoeven architectuurliefhebbers zich ook niet te vervelen. Het Palacio de Comunicaciones aan het Plaza Cibeles doet dienst als gemeentehuis en is misschien wel hét symbool van de stad. Los cuatro torres (de vier torens) in het noorden van de stad zijn tot 250 meter hoog en zijn sinds de oplevering in 2008 tekenend voor de skyline van Madrid.

Traditie

Al met al kun je zeggen dat Madrid wat ‘Spaanser’ en traditioneler is dan Barcelona. Dat merk je in het bijzonder op zondag, als het familieleven centraal staat. In de hoofdstad trekken veel mensen hun mooiste pak aan en wordt er vaak met de hele familie uitgebreid buiten de deur gegeten. Ook de katholieke kerk speelt hier nog een wat grotere rol dan in de Catalaanse hoofdstad. Barcelona is over het algemeen wat ‘vrijer’. Ligt dat aan het strand? Aan de grote hoeveelheid internationale inwoners en bezoekers? Het zal een combinatie van factoren zijn.