fc barcelona

FC Barcelona: de geschiedenis van een topclub

Football Club Barcelona, Barça, werd eind 1899 opgericht door Johan (of Johannes) Gamper, een Zwitser die in Barcelona terecht was gekomen en die bij de Catalanen bekend is als Joan Gamper.

Zelf was hij voetballer en had hij onder meer gespeeld bij FC Basel. Samen met andere liefhebbers van deze steeds populairder wordende sport, waaronder Britten, Zwitsers en Catalanen, besloot hij een club te beginnen. De allereerste clubvoorzitter was de Brit Walter Wild. Gamper zelf werd aanvoerder en nam zitting in het bestuur. Hij maakte meer dan 100 doelpunten tijdens 48 wedstrijden in vier jaar tijd en de club bleek al gauw een groot succes.

In 1908 nam Gamper het stokje van de voorzitter over en dat deed hij uiteindelijk vijf seizoenen (weliswaar niet achter elkaar). Hij was onder meer verantwoordelijk voor het allereerste stadion, Les Corts. In 1925 beschuldigde de Spaanse dictator Primo de Rivera Gamper van Catalaans nationalisme. Hij werd gevangen gezet en uit het land verbannen. Na terugkomst in Zwitserland raakte hij in een depressie en in 1930 pleegde hij uiteindelijk zelfmoord. Sinds 1966 opent FC Barcelona het seizoen jaarlijks met de Joan Gamper Trofee, een eerbetoon aan de oprichter.

Jaren ’40, ’50 en ’60

In de jaren veertig werd een Spaansgezinde voorzitter aangesteld en de Catalaanse vlag op het logo werd zelfs (tijdelijk) vervangen door de Spaanse. Het was de tijd vlak na de Burgeroorlog die het land had verdeeld en waarbij uiteindelijk general Franco aan de macht was gekomen.

Vanaf de jaren vijftig en zestig ging het met Barça steeds beter en werd het ene na het andere succes geboekt. In 1952 won de club zelfs vijf bekers: de Spaanse landstitel, de Spaanse beker, de Copa Latina, de Copa Eva Duarte en de Copa Martini Rossi. Sterspeler uit die tijd was de Hongaarse vluchteling Ladislao Kubala.

In 1957 werd het zo beroemde stadion Camp Nou (letterlijk: ‘Nieuw Veld’) in gebruik genomen. In 1960 schakelde FC Barcelona Real Madrid uit in de Europacup I, na vijf keer kampioen te zijn geworden. Helaas haalde de club de beker zelf dat jaar ook niet binnen. De jaren daarna ging het minder goed met de club, tot de komst van Hollands bloed het tij keerde in de jaren zeventig.

Glorietijden

Rinus Michels, Johan Cruijff en Johan Neeskens streken in de jaren zeventig in Barcelona neer en vanaf dat moment ging het met de club weer opwaarts. In 1974 won Barça de landstitel. Ook wist FC Barcelona twee keer de Europacup in de wacht te slepen, in 1978 en in 1982. De jaren tachtig gingen iets minder goed, hoewel er toen grote namen als de Argentijn Diego Maradona en de Duitser Bernd Schuster op het veld stonden.

Cruijffs Dream Team

In 1988 keerde Cruijff terug, dit keer niet als speler, maar als trainer. Daarmee brak voor de club een van de meest succesvolle periodes aan. De Catalanen zijn Cruijff nog altijd dankbaar voor zijn prestaties. Maar liefst vier keer op rij werd FC Barcelona landskampioen (1991-1994) en als klapper werd de club Europees kampioen in 1992, door een doelpunt van Ronald Koeman. Sindsdien kunnen de Nederlanders in Barcelona weinig fout doen. Toen Cruijjf in 1996 wegens uitblijvende nieuwe successen werd ontslagen, vonden veel Catalanen dat onterecht.

In de jaren vlak voor de eeuwwisseling herstelde de club zich echter snel en in 1996-1997 werden de Europacup II, de Copa del Rey en de Supercup gewonnen met onder meer Ronaldo op het veld. In 1997 werd Louis van Gaal coach en onder zijn leiding won FC Barcelona nogmaals twee keer Spaanse Liga, de Copa del Rey en de Europese Supercup. Hij vertrok weer in 2000, even nadat clubvoorzitter Josep Lluís Núñez was afgetreden.

Joan Gaspart nam het stokje van Núñez over, maar de club kwam op dat moment al gauw in financieel zwaar weer terecht. In 2003 moest hij vertrekken. Bij de verkiezingen kwam Joan Laporta als nieuwe voorzitter uit de bus. Deze haalde Frank Rijkaard binnen als trainer en Ronaldinho moest voor de doelpunten zorgen. In 2005 werd de club opnieuw landskampioen en werd ook de Supercup gewonnen. Ook in 2006 werd de Liga gewonnen, alsmede de Champions League. Nadat zowel 2007 als 2008 geen vruchtbare jaren waren geweest, werd Rijkaard aan de kant gezet en koos de club ervoor om een oud-speler als trainer aan te stellen: Pep Guardiola.

Het beste jaar in de clubgeschiedenis

Het debuutseizoen van Guardiola als trainer was meteen het beste jaar uit de geschiedenis van FC Barcelona. Het elftal met namen als Leo Messi, Samuel Eto’o, Andres Iniesta en Xavi, werd landskampioen en won de Copa del Rey. Ook de Champions League werd door de club gewonnen, de Spaanse Supercup, de UEFA Supercup en de Wereldtitel, waarmee het kalenderjaar 2009 met zes gewonnen prijzen het beste jaar in de clubgeschiedenis werd.

In het seizoen 2009-2010 werden de Spaanse Liga en de King’s Cup gewonnen en het seizoen daarop (2010-2011) de Champions League en de Spaanse competitie. In 2011-2012 ging de landstitel aan FC Barcelona voorbij, maar werd de Copa del Rey wel gewonnen. Na dit seizoen nam Guardiola afscheid. Tito Vilanova nam het over en in 2013 werd FC Barcelona opnieuw landskampioen. Vorig seizoen was de Argentijn Gerardo Martino trainer en op dit moment is dat Luis Enrique.