Gracia

Gràcia: een dorp in de stad

De brede, elegante Passeig de Gràcia was in de zeventiende eeuw de weg die leidde naar het dorp Vila de Gràcia, tegenwoordig de wijk Gràcia die toen de stadsmuren van Barcelona werden gesloopt, zo halverwege de negentiende eeuw, al snel deel werd van de stad.

  • Waar? – Tussen Park Güell en Eixample.
  • Hoe kom je er? – Metrohaltes: Fontana (L3), Diagonal (L3/L5), Joanic (L4).

Helemaal boven aan de Passeig de Gràcia bevindt zich het vijfsterrenhotel Casa Fuster, ontworpen door Gaudí’s tijdgenoot Domènech i Montaner. Op het dakterras bekijk je met een glas cava het adembenemende uitzicht over de stad.

Hier begint de wijk Gràcia en die is veel minder toeristisch dan in het centrum en je kunt hier dan ook echt helemaal opgaan in het authentieke, Barcelonese leven.

Het jaarlijkse hoogtepunt zijn de Festes de Gràcia eind augustus, vier dagen lang wordt er uitbundig gefeest waarbij alle typische Catalaanse tradities zoals els castellers (menselijke torens) en de correfoc, als duivels verkleed rondrennen met vuurwerk, uit de kast worden getrokken.

Er wordt een wedstrijd gehouden voor de mooist versierde straat, er verschijnen lange tafels midden op straat waar mensen fideua (de Catalaanse variant van paella) eten en overal in de buurt klinkt live muziek.

Wat niet zoveel mensen weten is dat in Gràcia het eerste belangrijke werk van modernist Antoni Gaudí te vinden is, Casa Vicens (Carrer de les Carolines 24, op loopafstand van metro Fontana), ontworpen in opdracht van de eigenaar van een keramiekfabriek.

Het valt op door de afbeeldingen van knaloranje afrikaantjes op de zogenaamde azulejos, het tegelwerk, een techniek behorende bij de mudejar-stijl (Arabisch), waar de architect zijn hele carrière door werd beïnvloed.

Voor het hekwerk liet Gaudí zich inspireren door de dwergpalmbomen die in de tuin staan en waarvan je de bladeren terugziet in het ijzerwerk.

Het huis was lange tijd privébezit, maar is onlangs voor vele miljoenen euro’s aan een bank verkocht en zal binnenkort geopend worden voor het publiek.

Van plaça naar plaça

Pleinhoppen, dat gaat in Gràcia zo’n beetje vanzelf, want nergens vind je zoveel pleinen als in deze wijk en het sociale leven speelt zich voornamelijk op deze plaças af.

’s Morgens op het terras een café con leche met de krant erbij. Daarna even naar de versmarkt (er zijn er twee), waar een gemoedelijke sfeer hangt en de verkopers vriendelijk en behulpzaam zijn.

Ze nemen bijvoorbeeld graag de tijd om uit te leggen hoe je een bepaalde vissoort bereidt, dit in schril contrast met de hectisch drukke Boquería in het centrum, waar de visverkopers vaak boos naar de fotograferende toeristen loeren.

Tegen de avond wordt het flink druk op de pleinen, groepjes jongeren treffen elkaar en het is zeker op een zwoele zomeravond goed vertoeven op de vele, gezellige terrassen.

Het oudste plein is het Plaça del Sol, met een tiental cafés. Aanrader is Sol Soler op de hoek, waar je de prachtige modernistische vloer kunt bewonderen terwijl je tapas eet aan nostalgische, marmeren tafeltjes.

Het Plaça de la Vila de Gràcia, waar het stadshuis (nu het stadsdeelkantoor) stond in de tijd dat het Gràcia nog een dorp was, heette vroeger het Plaça del Reloj vanwege de opvallende klokkentoren in het midden.

Tijdens de revolutie van 1870, werd deze klok vijf dagen lang onafgebroken geluid. Er was namelijk een touw gespannen vanaf de toren naar het balkon van een rebelse buurtbewoonster en zo werd er geprotesteerd tegen de invoering van de dienstplicht.

Favoriet onder de straten is de Carrer d’Astúries (als je metro Fontana uitwandelt, meteen links om de hoek).

Sinds een paar jaar mogen hier geen auto’s meer rijden en kun je er heerlijk slenteren, of je nu een origineel souvenir zoekt voor het thuisfront of voor je eigen verzameling of een nieuw jurkje wil scoren met bijzondere accessoires.

Er is een fantastische biologische groenteboer en bij Olokuti koop je allerlei (kinder)kleding, verantwoord speelgoed, sieraden, milieuvriendelijke cosmetica en hebbedingetjes. Achterin worden er boeken over yoga en mindfulness verkocht en in de tuin kun je een kop thee drinken.

Als je doorloopt kom je vanzelf bij de Carrer de Verdi, je kunt links afslaan, omhoog richting Park Güell (dat is nog wel een eind lopen) en een stuk hemelse carrot cake bestellen bij het volledig vegetarische Cafe Camèlia.

Ze hebben er ook broodjes en salades, allemaal even lekker en met liefde bereid. Als je rechtsaf gaat op Carrer de Verdi, loop je langs aparte sieradenshops, mooie schoenenwinkels en boetieks met veel zelfgemaakte kleding van lokale designers.

En, niet te vergeten, heel veel Libanese, Palestijnse en zelfs Ethiopische eettentjes, allemaal van uitstekende kwaliteit, iets wat deze buurt op het gebied van de wereldkeuken uniek maakt in de stad.

Vlak vóór het Plaça de la Revolució, waar je trouwens het allerlekkerste ijs van de stad eet bij Gelateria Italiana (ook de Catalanen weten, Italiaans ijs is toch het best), kun je linksaf de straat Carrer de Torrijos in.

Hier vind je weer verschillende bijzondere kledingzaken, kunstgaleries en het gezellige theatercafé van het Teatreneu wat ’s avonds volstroomt met vooral jong publiek.

In deze straat zit ook grand café Salambo met een uitgebreide wijnkaart voor elke portemonnee en op het hoekje met het Plaça de la Virreina ligt een restaurant met een wel heel mysterieuze naam, Shhh…no se lo digas a nadie (Psst… vertel het aan niemand), hier eet je de beste quiches van Barcelona voor slechts drie euro per portie en je krijgt er ook nog een salade bij.