Catalonië en de Catalaanse taal: een korte introductie

In Barcelona om je Spaans bij te spijkeren? Grote kans dat je je al bij het lezen van de straatborden afvraagt of je überhaupt nog iets weet te zeggen in het castellano. Want de voertaal in de Catalaanse hoofdstad is geen Spaans, maar Catalaans.

De Catalaanse taal klinkt veel zachter dan het Spaans en kent meer vocalen. Ook verbinden Catalanen woorden veel meer met elkaar, bijvoorbeeld si us plau (alstublieft) dat als ‘sioesplauw’ wordt uitgesproken.

Catalonië is tweetalig

Bijna 12 miljoen mensen spreken Catalaans en veruit de meesten hiervan wonen in Catalonië, een gebied ongeveer net zo groot als Nederland. Maar dit betekent niet dat er geen Spaans wordt gesproken in deze Noord-Spaanse regio, vrijwel alle Catalanen zijn namelijk tweetalig en schakelen moeiteloos over van het Catalaans naar het Spaans en andersom. Het is bijvoorbeeld heel gewoon om op je werk met je collega’s Spaans te spreken en het praatje met de bakker in het Catalaans te doen.

In de deelstaat Andorra is het Catalaans de eerste taal en er is zelfs een stadje op Sardinië waar het wordt gesproken (Alghero). Ook in het zuiden van Frankrijk, in de regio Valencia en op de Balearen (Mallorca, Menorca, Ibiza, Formentera) spreekt men Catalaans. En het is beslist geen dialect, maar een echte, erkende taal zoals het Galicisch en Baskisch, ondanks dat in de Spaanse grondwet staat geschreven dat er maar één taal is, het Spaans of, zoals de Spanjaarden zeggen, het Castiliaans.

Een stukje Catalaanse geschiedenis

De Moorse bezetting in Spanje duurde zo’n zesenhalve eeuw, maar in Catalonië vocht het Catalaanse leger de Moren al na tachtig jaar overheersing het land uit en daarom kent het Catalaans veel minder invloeden uit de Arabische taal dan bijvoorbeeld het Spaans. De taal ligt dichter bij het oude Latijn, dat tussen de achtste en de tiende eeuw door de gewone mensen en Romeinse soldaten werd gesproken in het gebied van de Pyreneeën.

Eeuwen later hielden de Catalanen moedig stand tegen het machtige Bourbonse leger tijdens de Spaanse Successieoorlog. Er werd een bloedige strijd geleverd en zelfs vrouwen trokken verkleed als mannelijke soldaat dapper naar het front. Dertien maanden later, op 11 september 1714, gaven de moegestreden Catalanen de strijd op. Vanaf dat moment regeerde koning Felipe V tot z’n dood (meer dan twintig jaar lang) met ijzeren hand over Catalonië. Hij had een hekel aan Catalanen en het Catalaans werd dan ook ten strengste verboden.

Het zou tot in de negentiende eeuw duren voordat de taal weer opbloeide, met name dankzij de industriële revolutie die voor veel welvaart zorgde in Catalonië. Het nationalisme bloeide op en de Catalanen zochten gepassioneerd naar een eigen identiteit. Het modernisme català (Catalaans modernisme, bekend van Gaudí) is hier een resultaat van. Catalaanse schrijvers en dichters zoals Jacint Verdaguer, die onder andere Oda a Barcelona schreef, zetten het Catalaans weer op de kaart.

Erg lang pronken met hun eigen taal konden de Catalanen trouwens niet, want toen dictator Franco na de burgeroorlog (1936-1939) aan de macht kwam, verbood hij het Catalaans en gaf zelfs opdracht om alle Catalaanse boeken van na 1850 te verbranden.

Catalaans op school

Tijdens de dictatuur van generaal Franco mocht er op de scholen alleen in het Spaans worden lesgegeven en na zijn dood in 1975 werd dit niet meteen teruggedraaid. Pas tussen 1983 en 1993 werd het Catalaans weer als voertaal ingevoerd op Catalaanse scholen. Op openbare en semi-openbare scholen wordt in het Catalaans lesgegeven en is Spaans een vak.

Onder veel ouders en docenten heerst echter de angst, dat het Catalaans opnieuw naar de achtergrond zal verdwijnen. De wond van veertig jaar onderdrukking van de eigen taal tijdens het Franco-bewind is nog vers in Catalonië en in dat perspectief moet het verzet tegen een nieuwe teloorgang van het Catalaans worden bezien.

Handig! Catalaanse woorden en zinnen

Nederlands Catalaans
Goedendag! Bon dia
Goedemiddag Bona tarda
Goedenavond Bona nit
Hoe gaat het met je/u? Com estàs/està?
Heel goed, bedankt en met jou/u? Molt bé, gràcies, i tu/vostè?
Het gaat wel Anar fent
Graag gedaan De res
Neemt u mij niet kwalijk Perdoni
Tot ziens! Adéu
Tot straks! Fin després/fins ara!
Tot morgen Fins demà
Hoe heet jij? Ik heet… Com es diu? Em dic…
Waar kom je vandaan? D’on ets?
Ik kom uit Nederland Sóc dels Països Baixos
Hoe zeg je in het Catalaans…. Com es diu en Català…
Waar vind ik… On hi ha…
Ik heb nodig… Necessito…
Wat kost dat? Quant val això?
De rekening alstublieft El compte, si us plau
Spreekt u Engels? Parla anglès?
Heeft u/heb je een vuurtje? Té/tens foc?
Help! Ajuda!
De wijnkaart La carta de vins
Het glas El got
Eten en drinken Menjar i beure
Ontbijt L’esmorzar
Lunch El dinar
Diner El sopar
De arts El metge
Het vliegveld L’aeroport
De bank El banc
Geopend Obert
Gesloten Tancat
Postkantoor Oficina de correus
Rechtdoor Recte
Vandaag Avui
Morgen Demà
Gister Ahir
Middag Migdia
Siësta Migdiada
Zondag Diumenge